ECLI:NL:RBAMS:2006:BD3843
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor diefstal met braak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 november 2006 een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB was uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteiten wegens verdenking van diefstal door twee of meer verenigde personen met braak, strafbaar gesteld onder Duits en Nederlands recht.
De opgeëiste persoon voerde onschuld aan en verzocht om het horen van een getuige die zijn onschuld zou kunnen aantonen. De rechtbank wees dit verzoek af, omdat het bewijsverweer alleen in Duitsland kan worden gevoerd en de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen in deze procedure niet kan worden beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat de opgeëiste persoon zijn onschuld niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, waaronder dubbele strafbaarheid en de terugkeergarantie dat de opgeëiste persoon zijn straf in Nederland kan uitzitten. Op basis hiervan werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.