ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4013
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering Nederlandse verdachte aan Duitsland wegens medeplegen oplichting
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 november 2006 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie te Leipzig. De verdachte wordt verdacht van medeplegen van oplichting, waarbij een deel van de feiten op Nederlands grondgebied zou zijn gepleegd.
De verdediging voerde onder meer aan dat de gang van zaken rond de aanhouding in strijd was met een eerdere beslissing tot onmiddellijke invrijheidstelling en dat de beschrijving van de feiten in het EAB onvoldoende was. De rechtbank oordeelde echter dat de aanhouding rechtmatig was omdat de officier van justitie reeds in het bezit was van het EAB en dat de beschrijving van de feiten, mede door een nadere toelichting van de Duitse autoriteiten, toereikend was.
Verder werd overwogen dat ondanks het feit dat een deel van de feiten in Nederland plaatsvond, om redenen van goede rechtsbedeling afgezien moest worden van de weigeringsgrond uit artikel 13 OLW Pro, mede omdat de schade en bewijsmiddelen zich in Duitsland bevinden en de vervolging daar reeds is aangevangen.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en stond de overlevering aan Duitsland toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe voor medeplegen van oplichting.