ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ5533
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering klokkenluider tegen Fortis en leidinggevenden wegens onrechtmatig handelen
De zaak betreft een werknemer, werkzaam als Senior Equity Derivatives Trader bij Fortis, die als klokkenluider melding maakte van vermeende onoorbare transacties binnen de afdeling GSLA. Na melding werd hij op non-actief gesteld en uiteindelijk beëindigde Fortis zijn dienstverband met een ontslagvergoeding en vaststellingsovereenkomst.
De werknemer vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door Fortis en twee voormalige leidinggevenden, die volgens hem onjuiste informatie aan een potentiële werkgever, Lehman Brothers, hadden verstrekt, waardoor hij een baan misliep en reputatieschade leed. Fortis en de leidinggevenden betwistten deze stellingen en verwezen naar het ontbreken van bewijs en de geldende vaststellingsovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de leidinggevenden geen onrechtmatige uitlatingen hadden gedaan, dat de mededelingen juist waren in het kader van een procedure wegens reputatieschade, en dat de werknemer geen baan bij Lehman Brothers had gekregen. Daarnaast was de beëindiging van het dienstverband niet gerelateerd aan de klokkenluidersmelding, maar aan de negatieve houding van de werknemer. De vordering stuitte bovendien op de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten. Fortis werd veroordeeld in de kosten van de vrijwaring.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedures bij klokkenluiderszaken en de bindende werking van vaststellingsovereenkomsten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de klokkenluider tegen Fortis en leidinggevenden af wegens gebrek aan onrechtmatig handelen en finale kwijting.