ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ7032
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- A.J.R.M. Vermolen
- Rechtspraak.nl
Rechtsvraag over toepassing artikel 6 lid 5 Uitleveringswet bij executieoverlevering EU-burger zonder onbepaalde verblijfsvergunning
De zaak betreft een verzoek tot executieoverlevering van een Duitse burger op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse autoriteiten voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van één jaar en negen maanden. De opgeëiste persoon is EU-burger maar bezit geen Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van artikel 6 lid 5 van Pro de Nederlandse Uitleveringswet (OLW), dat voorschrijft dat deze bepaling ook geldt voor vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, en of deze ook van toepassing is op executieoverlevering. De officier van justitie stelt dat dit artikel alleen voor vervolging geldt en niet voor executieoverlevering. De rechtbank analyseert de wetsgeschiedenis, parlementaire toelichtingen en Europese verdragen en concludeert dat artikel 6 lid 5 OLW Pro wel degelijk ook op executieoverlevering van toepassing is.
Gezien de complexiteit van het begrip 'ingezetene' in het kader van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en de Nederlandse invulling daarvan, is de rechtbank voornemens prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te stellen. Om dit te voorkomen kan de officier van justitie zich beraden op overname van de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland. De rechtbank schorst daarom het onderzoek voor onbepaalde tijd en geeft de officier van justitie veertien dagen om schriftelijk haar standpunt te geven.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie gelegenheid te geven zich te beraden over overname van tenuitvoerlegging en het eventueel stellen van prejudiciële vragen.