ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1272
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring onrechtmatige daad arbeidsongeschiktheid
Eiseres A stelt dat UWV onrechtmatig heeft gehandeld door haar van 1 december 1980 tot en met 16 oktober 2001 ten onrechte niet als 80 tot 100% arbeidsongeschikt aan te merken, waardoor zij geen uitkering ontving. UWV erkent het onrechtmatig handelen, maar beroept zich op verjaring van de vordering op grond van artikel 3:310 BW Pro.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van twintig jaren, die begint te lopen op de datum van de onrechtmatige gedraging (beslissing van 19 november 1980), is verstreken op 19 november 2000. Hoewel eiseres stelt dat de schade doorlopend is, geldt de objectieve termijn strikt vanwege het belang van rechtszekerheid. Eiseres heeft UWV pas op 2 augustus 2005 aansprakelijk gesteld, na het verstrijken van deze termijn.
De rechtbank wijst daarom de vordering af wegens verjaring. Tevens wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten van UWV ter hoogte van €5.042,00. Het vonnis is gewezen door mr. M.J.E. Geradts en uitgesproken op 10 januari 2007.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen wegens verjaring van de schadevergoeding.