ECLI:NL:HR:2000:AA5635
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verjaring bij asbestschade en mesothelioom na lange latentietijd
De zaak betreft een vordering van de erfgenamen van een overleden werknemer die tijdens zijn dienstverband bij De Schelde was blootgesteld aan asbeststof en later leed aan mesothelioom, een kanker die uitsluitend door asbest wordt veroorzaakt. De erfgenamen vorderden schadevergoeding, maar De Schelde beriep zich op verjaring van de vordering.
De rechtbank en het hof verwierpen de vorderingen vanwege het verstrijken van de verjaringstermijn van dertig jaar na de laatste blootstelling. De Hoge Raad oordeelt dat deze absolute termijn in beginsel strikt moet worden toegepast vanwege rechtszekerheid, maar dat in uitzonderlijke gevallen, zoals verborgen schade die pas na het verstrijken van de termijn aan het licht komt, de verjaring op grond van redelijkheid en billijkheid buiten toepassing kan blijven.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof om te beoordelen of in dit concrete geval de verjaring onaanvaardbaar is, waarbij diverse factoren zoals de aard van de schade, de mate van verwijtbaarheid en de mogelijkheid tot verweer door De Schelde moeten worden betrokken. Tevens wordt de veroordeling van De Schelde in de kosten van cassatie uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de toepassing van de verjaringstermijn bij verborgen asbestschade.