ECLI:NL:RBAMS:2007:BA2067
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering voor georganiseerde diefstal, weigeren voor deelname criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 februari 2007 de vordering tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder georganiseerde diefstal en deelneming aan een criminele organisatie.
De rechtbank concludeerde dat de overlevering voor georganiseerde of gewapende diefstal toelaatbaar is, aangezien de feiten voldoende concreet zijn omschreven en voldoen aan de eisen van de Overleveringswet (OLW). De verdachte is niet onherroepelijk veroordeeld en heeft tijdig verzet aangetekend, waardoor een nieuw proces in België gewaarborgd is.
Voor het feit deelneming aan een criminele organisatie ontbrak een voldoende feitelijke omschrijving en onderbouwing. Daarom werd de overlevering voor dit feit geweigerd. Ook werd overwogen dat de weigeringsgrond op grond van artikel 13 OLW Pro niet van toepassing is, omdat de feiten in België zijn gepleegd.
De rechtbank nam ook kennis van de garantie dat de verdachte, indien veroordeeld, zijn straf in Nederland kan ondergaan conform het Verdrag van de Raad van Europa inzake de Overbrenging van Gevonniste Personen. De uitspraak is definitief en tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor georganiseerde diefstal en weigert deze voor deelneming aan een criminele organisatie.