ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4515
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijstelling aanleg viaduct N201 in Aalsmeer
Verzoekers hebben een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland verleende vrijstelling voor de aanleg van een viaduct over de Hornweg in Aalsmeer, onderdeel van de provinciale weg N201. De vrijstelling betreft zowel de bouw van het viaduct als voorbereidende werkzaamheden, waaronder het storten van zandlichamen.
De rechtbank beperkt haar beoordeling tot de voorbereidende werkzaamheden, aangezien voor de bouw van het viaduct nog een bouwvergunning moet worden verleend en de bouw pas in 2009 begint. De rechtbank stelt vast dat de zandlichamen ruimtelijke effecten hebben en mogelijk moeilijk omkeerbare gevolgen kunnen veroorzaken, wat een spoedeisend belang van verzoekers oplevert.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat de effecten op luchtkwaliteit en geluidhinder niet substantieel zijn en dat de vrijstelling rechtmatig is verleend, mede gelet op eerdere jurisprudentie en aanvullende rapporten. Er zijn geen zodanige gebreken in het besluit dat schorsing gerechtvaardigd is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
De rechtbank wijst erop dat het beroep in de bodemprocedure nog behandeld zal worden en dat de voorlopige afwijzing geen bindend oordeel geeft over de uiteindelijke rechtmatigheid van de vrijstelling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vrijstelling voor de aanleg van zandlichamen en het viaduct N201 wordt afgewezen.