ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5879

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07-1560 BESLU, AWB 07-1561 BESLU en AWB 07-1562 BESLU
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Monumentenwet 1988Art. 16 lid 6 Monumentenwet 1988
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over opschorting sloop Van Houten-pand en monumentenvergunningen in Amsterdam

De zaak betreft monumentenvergunningen voor sloop en wijziging van panden in Amsterdam, waaronder het Van Houten-pand aan de Rozenstraat 72, een rijksmonument. Verzoekers, woningstichting Eigen Haard en de gemeente Amsterdam, vroegen de opschorting van de vergunningen op te heffen die door beroep waren geschorst.

De rechter overwoog dat het geschil zich concentreert op de sloop van het Van Houten-pand, waarbij de monumentale status en de beschermingsomvang van het pand centraal staan. De vereniging Jordanese Buurtgroep Schievink en de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad betwisten dat alleen de geveltop beschermd is en stellen dat het gehele pand monumentale waarde heeft.

Gezien lopend onderzoek door het bureau Monumenten en Archeologie naar een integrale bescherming van Van Houten-panden en het ontbreken van voldoende zekerheid over de rechtmatigheid van de vergunningen, ziet de rechter onvoldoende reden om de opschorting voor de sloopvergunningen op te heffen. Wel wordt de opschorting opgeheven voor de vergunningen voor wijziging van de Rozengrachtpanden, omdat deze hoofdzakelijk restauratiewerkzaamheden betreffen en door partijen worden ondersteund.

De rechter wijst het verzoek voor overige sloopvergunningen af om te voorkomen dat een onomkeerbare situatie ontstaat waarin sloop van het Van Houten-pand onontkoombaar wordt. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De opschorting van de sloopvergunningen voor het Van Houten-pand wordt gehandhaafd, terwijl de opschorting voor de wijzigingsvergunningen aan de Rozengrachtpanden wordt opgeheven.

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam
Sector Bestuursrecht Algemeen
voorlopige voorzieningen
UITSPRAAK
in het geding met reg.nrs. AWB 07/1560 BESLU, AWB 07/1561 BESLU en AWB 07/1562 BESLU
tussen:
woningstichting Eigen Haard (hierna: Eigen Haard), gevestigd te Amsterdam,
vertegenwoordigd door mr. D. Valério Mesquita en K. Fongers,
en
de gemeente Amsterdam,
vertegenwoordigd door A.G.J. Baas en L. de Vries,
verzoekers,
en:
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum,
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. A.F.P van Mierlo en M. Sloof.
Tevens hebben als partij aan het geding deelgenomen:
de vereniging Jordanese Buurtgroep Schievink (hierna: JBS), gevestigd te Amsterdam,
vertegenwoordigd door M.J. Rijpkema,
de vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB), gevestigd te Amsterdam,
vertegenwoordigd door W. Schoonenberg en S. Levelt.
1. PROCESVERLOOP
De panden Rozengracht 71 en 73 en Rozenstraat 72 zijn rijksmonumenten, de panden Rozengracht 69 en 75 en Rozenstraat 68, 70, 74 en 76 genieten voorbescherming op grond van artikel 5 van Pro de Monumentenwet 1988 (hierna: de Monumentenwet), zodat voor het slopen of wijzigen van al deze panden een monumentenvergunning vereist is.
Voor de verandering van de panden aan de Rozengracht is door verweerder vergunning verleend aan Eigen Haard. Voor de sloop van de panden aan de Rozenstraat, inclusief de bebouwing op het binnenterrein, alsmede voor de (gedeeltelijke) sloop van de bebouwing op het binnenterrein van de panden aan de Rozengracht, is vergunning verleend aan de gemeente. Tegen al deze monumentenvergunningen is beroep ingesteld door de JBS. Tegen het verlenen van de vergunning tot sloop van het pand Rozenstraat 72 is door de VVAB beroep ingesteld. Hierdoor is de werking van de monumentenvergunningen op grond van artikel 16, zesde lid, van de Monumentenwet opgeschort totdat de rechter in (hoger) beroep uitspraak zal hebben gedaan over de rechtmatigheid van die vergunningen.
Verzoekers hebben zich tot de voorzieningenrechter (hierna ook: de rechter) gewend met het verzoek tot opheffing van deze opschortende werking.
Het onderzoek is gesloten ter zitting van 15 mei 2007.
2. OVERWEGINGEN
Ter zitting is duidelijk geworden dat het geschil zich toespitst op de voorgenomen sloop van het pand Rozengracht 72 (hierna: het pand). Niet in geschil is dat dit een zogenaamd Van Houten-pand betreft. Het pand maakt derhalve onderdeel uit van een verzameling van ongeveer tweehonderd panden in de Amsterdamse binnenstad, die in de jaren dertig van de vorige eeuw naar een idee van E. van Houten zijn gebouwd, met gebruikmaking van geveldelen afkomstig van gesloopte panden uit de 17e en de 18e eeuw.
Kern van het geschil is de vraag of het pand slechts vanwege de geveltop bescherming geniet, zodat voor iedere wijziging van het rijksmonument een monumentenvergunning kan worden verleend, mits het zogenoemde “vanwege”-onderdeel, de geveltop, behouden blijft. Bij de nieuwbouw aan de Rozenstraat zal de oude geveltop weer gebruikt worden, zodat deze behouden blijft. De JBS en de VVAB hebben zich op het standpunt gesteld dat het gehele pand bescherming geniet, aangezien onderdeel van de monumentwaardigheid van het pand is de cultuur- en architectuurhistorische waarde van het combineren omstreeks 1930 van historiserende architectuur uit die tijd met oude geveldelen. Naar het oordeel van de rechter is deze stelling niet op voorhand onhoudbaar.
De rechter overweegt voorts dat er al langere tijd een politieke discussie gaande is, die onlangs geresulteerd heeft in een verzoek van de stadsdeelraad aan het bureau Monumenten en Archeologie (bMA) om een advies uit te brengen over de monumentale status van de Van Houten-panden en de beste manier om deze panden te beschermen. Uit een brief van de directeur van het bMA, [naam directeur], blijkt bovendien dat mogelijk geadviseerd zal worden tot een integrale aanpak van alle Van Houten-panden.
De rechter ziet ruimte het verzoek toe te wijzen voor wat betreft de monumentenvergunningen verleend aan Eigen Haard voor het wijzigen van de panden aan de Rozengracht, nu dit (hoofdzakelijk) restauratiewerkzaamheden betreft en nu ter zitting is gebleken dat ook de JBS en de VVAB zich hierin kunnen vinden. De rechter ziet, ondanks het door verzoekers gestelde nadeel bij handhaving van de opschortende werking, onvoldoende ruimte om in het kader van deze procedure de sloop van de panden aan de Rozenstraat toe te staan, noch de sloop van de op het binnenterrein gelegen bebouwing. De status van het pand aan de Rozenstraat 72 is immers omstreden en onderwerp van onderzoek door het bMA. Bovendien zijn er naar het oordeel van de rechter onvoldoende aanknopingspunten om reeds nu te veronderstellen dat de verleende vergunningen in stand zullen (kunnen) blijven. De sloop van de aan beide zijden van het pand gelegen overige panden aan de Rozenstraat en van de bebouwing op het binnenterrein acht de rechter niet wenselijk, nu dit ertoe zou kunnen leiden dat een situatie wordt gecreëerd, waarin de sloop van het pand aan de Rozenstraat 72 nagenoeg onontkoombaar is geworden.
Gelet op de aard van de procedure wordt er geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of voor vergoeding van het griffierecht.
De rechter beslist als volgt.
3. BESLISSING
De rechter:
- heft de opschorting van de werking van de aan woningstichting Eigen Haard verleende vergunningen voor het wijzigen van de panden Rozengracht 69, 71, 73 en 75 op;
- wijst het verzoek voor het overige af.
Deze uitspraak is gedaan 24 mei 2007 door mr. H.P. Kijlstra, voorzieningenrechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.E. Dutrieux, griffier,
en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op:
DOC: B