ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9563
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over overlevering België met garanties artikel 12 Overleveringswet
De Rechtbank Amsterdam heeft op 6 juli 2007 een tussenuitspraak gedaan in een overleveringszaak waarbij België de overlevering van een opgeëiste persoon verzocht op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier jaar voor drugshandel, opgelegd door de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde.
De rechtbank onderzocht of de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon voldoende gewaarborgd zijn, met name of de verzetstermijn tegen het verstekvonnis conform artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW) wordt gerespecteerd. Er bestond onzekerheid of de verzetstermijn reeds was gaan lopen door kennisneming van de betekening aan de Procureur des Konings, waardoor het vonnis mogelijk in kracht van gewijsde zou zijn.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende vaststaat dat effectief verzet mogelijk is en heeft daarom het onderzoek geschorst en verzocht om aanvullende garanties van de Belgische autoriteiten. Tevens werd besloten het onderzoek op een later tijdstip te hervatten met oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman.
De rechtbank ging ook in op de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro betreffende gedeeltelijke feitelijke plaats in Nederland, maar besloot af te zien van deze grond op basis van het vertrouwensbeginsel en de redelijkheid van de vordering van de officier van justitie.
Uitkomst: Onderzoek naar overlevering aan België wordt geschorst en hervat na aanvullende garanties over verzetstermijn.