ECLI:NL:RBAMS:2007:BB0285
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over overlevering aan België wegens georganiseerde diefstal en weigering deelneming criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 februari 2007 het verzoek tot overlevering van de opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder georganiseerde diefstal en deelneming aan een criminele organisatie. De verdediging voerde aan dat de overlevering ter executie niet aan de orde was en dat de omschrijving van deelneming aan een criminele organisatie onvoldoende concreet was.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering voor georganiseerde diefstal toelaatbaar is omdat de feiten voldoende concreet zijn omschreven en voldoen aan de eisen van de Overleveringswet (OLW). De opgeëiste persoon is niet onherroepelijk veroordeeld en het verzet tegen het verstekvonnis wordt ontvankelijk verklaard, waardoor een nieuw proces gewaarborgd is.
Voor de verdenking van deelneming aan een criminele organisatie ontbrak een duidelijke feitelijke omschrijving, waardoor de rechtbank deze overlevering weigerde. Verder werd vastgesteld dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn, en dat de opgeëiste persoon de straf in Nederland kan ondergaan. De rechtbank besloot de overlevering voor georganiseerde diefstal toe te staan en de overlevering voor deelneming aan een criminele organisatie te weigeren.
Uitkomst: Overlevering toegestaan voor georganiseerde diefstal en geweigerd voor deelneming aan een criminele organisatie.