ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4083
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- T. van Muijden
- C.G. Meeder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar stopzetting bijstandsuitkering
Eiser ontving een bijstandsuitkering die volgens de gemeente Amsterdam per 4 mei 2004 werd beëindigd omdat eiser toen als zelfstandige werkzaam zou zijn. De gemeente stuurde op 11 oktober 2005 een brief waarin werd medegedeeld dat de uitkering was beëindigd, maar dat een beëindigingsonderzoek naar de exacte datum werd verricht. Later, op 30 december 2005, werd aan eiser meegedeeld dat het onderzoek geen aanleiding gaf de beëindigingsdatum te wijzigen en dat de uitkering definitief per 4 mei 2004 was beëindigd.
Eiser maakte bezwaar tegen de brief van 30 december 2005, maar de gemeente verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij meende dat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. De rechtbank oordeelt echter dat de brief van 11 oktober 2005 geen definitief besluit bevatte vanwege het aangekondigde onderzoek, waardoor het definitieve besluit pas met de brief van 30 december 2005 is genomen.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard en vernietigt het bestreden besluit. De gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank benadrukt het belang van duidelijke besluitvorming bij beëindiging van bijstandsuitkeringen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de stopzetting van de bijstandsuitkering is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.