ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4636
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete voor illegale tewerkstelling door hoofdaannemer
Eiser, een natuurlijk persoon en hoofdaannemer, liet een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichten via een onderaannemer. Hoewel eiser geen directe gezagsverhouding had met de vreemdeling, werd hij als werkgever in de zin van de Wav aangemerkt. De rechtbank stelde vast dat eiser naliet de identiteit van de vreemdeling te controleren en de vereiste documenten in de administratie op te nemen.
Eiser voerde aan dat hij niet wist dat de onderaannemer een derde had ingeschakeld en dat de boete disproportioneel was, omdat betaling tot faillissement zou leiden. De rechtbank erkende dat eiser als hoofdaannemer verantwoordelijk was, maar hield ook rekening met zijn redelijke vertrouwen in de onderaannemer en zijn financiële situatie.
De rechtbank concludeerde dat de opgelegde boete te hoog was en matigde deze tot € 2.750,--. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eiser vergoed. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het reële besluit gegrond.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot € 2.750,-- wegens disproportionaliteit en omstandigheden.