ECLI:NL:RBAMS:2007:BB8014
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Moors
- R.H. Mulderije
- J.J. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs in inbraak- en diefstalzaak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 juni 2007 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van onder meer een inbraak in een bedrijfspand, poging tot woninginbraak en diefstal uit een auto. De ten laste gelegde feiten werden onderzocht aan de hand van onder meer DNA-sporen, aangetroffen identiteitskaart, telefoongesprekken en verklaringen.
Hoewel de identiteitskaart van verdachte in het pand werd aangetroffen en het DNA van bloedsporen overeenkwam met dat van verdachte, bleek dit DNA ook overeen te komen met dat van zijn eeneiige tweelingbroer. Hierdoor kon van verdachte niet worden verlangd dat hij zijn zwijgrecht zou doorbreken, omdat hij zichzelf of zijn broer zou belasten. Daarnaast was het gebruik van het gsm-nummer dat aan verdachte werd toegeschreven op het tijdstip van de inbraak niet in de plaats van de inbraak, wat de bewijsvoering verder ondermijnde.
Ook de telefoongesprekken die als bewijs werden aangevoerd, boden onvoldoende duidelijkheid over de betrokkenheid van verdachte. Er was onduidelijkheid over de identiteit van de gesprekspartners en de gebruiker van de telefoon, mede doordat binnen de familie veelvuldig telefoons en simkaarten werden geruild. Ten aanzien van de diefstal uit de auto was niet vastgesteld wie deze had gepleegd, waardoor ook de uitlokking niet bewezen kon worden.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te veroordelen voor de ten laste gelegde feiten. Daarom sprak zij verdachte vrij van alle feiten. Tevens verklaarde de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen, aangezien geen straf of maatregel was opgelegd. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en de teruggave van in beslag genomen goederen aan verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.