ECLI:NL:RBAMS:2007:BD3384
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- M.D. Ruizeveld
- J.M. Schouwenaar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens nalaten hulpverlening met dodelijke afloop in Amsterdam
Op 2 oktober 2005 bevond het slachtoffer zich in levensgevaar in het water te Amsterdam. Verdachte en zijn mededaders waren getuige van deze situatie en hebben nagelaten de noodzakelijke hulp te verlenen of te verschaffen, terwijl zij geen gevaar voor zichzelf of anderen hoefden te vrezen. Verdachte heeft wel een poging gedaan door op een bootje te gaan staan en zijn arm uit te steken, maar heeft daarna het slachtoffer uit het oog verloren en is direct weggegaan.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte nalatig is geweest in zijn hulpverlening, ondanks zijn bewustzijn van het levensbedreigende gevaar voor het slachtoffer. De verdediging stelde dat verdachte voldoende hulp had geboden en dat hij niet verplicht was zelf in het koude water te springen, mede vanwege zijn alcoholgebruik, maar dit verweer werd verworpen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 60 uur met aftrek van voorarrest en stelde dat bij niet-naleving vervangende hechtenis van 30 dagen zal worden toegepast. De vordering van de benadeelde partij voor schadevergoeding werd afgewezen omdat er geen directe schade aan de benadeelde partij was toegebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur wegens nalaten van hulpverlening met dodelijke afloop.