ECLI:NL:RBAMS:2007:BD3388
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.M. van Oosten
- M.D. Ruizeveld
- J.M. Schouwenaar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens nalaten hulpverlening en bedreiging met dood tot taakstraf
Op 2 oktober 2005 bevond het slachtoffer zich in levensgevaar in het water van de Prinsengracht te Amsterdam. Verdachte en zijn mededaders waren getuige van het ogenblikkelijke levensgevaar, maar hebben nagelaten hulp te verlenen terwijl dit zonder gevaar voor henzelf mogelijk was. Tevens bedreigden verdachte en een mededader het slachtoffer met woorden en agressief gedrag terwijl het slachtoffer in het water lag.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte moedwillig heeft bijgedragen aan het creëren van een bedreigende situatie voor het slachtoffer en onvoldoende actie heeft ondernomen om het slachtoffer te redden. De rechtbank sprak verdachte vrij van de ernstiger tenlasteleggingen zoals openlijke geweldpleging met dood ten gevolge, wegens onvoldoende bewijs van causaliteit.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van in totaal 200 uren, verdeeld in 140 uren voor het nalaten van hulpverlening en 60 uren voor de bedreiging. Vervangende hechtenis is opgelegd voor het geval de taakstraf niet wordt uitgevoerd. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat geen directe schade aan deze partij was toegebracht.
De rechtbank nam mee dat verdachte en zijn mededaders geen direct contact met politie hebben gezocht en hun verklaringen probeerden af te stemmen, wat hun nalatigheid en onverschilligheid ten opzichte van het leven van het slachtoffer versterkte. Het slachtoffer overleed door verdrinking, mede beïnvloed door alcoholgebruik, maar de rechtbank vond geen bewijs dat de bedreigingen het verdrinken direct hebben veroorzaakt.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 200 uur wegens nalaten hulpverlening en bedreiging met dood.