ECLI:NL:RBAMS:2007:BD4430
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- A.I. van der Kris
- G.H. Morsink
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte deelname criminele organisatie en georganiseerde diefstal aan België
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in Brussel. De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en georganiseerde diefstal, feiten die zowel naar Belgisch als Nederlands recht strafbaar zijn.
De verdediging voerde aan dat essentiële strafbepalingen ontbraken in de stukken en dat de terugkeergarantie niet door de bevoegde autoriteit was gegeven. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van één strafbepaling niet tot weigering van overlevering leidt, aangezien uit de overige stukken duidelijk is waarvan de verdachte wordt verdacht. Ook werd geoordeeld dat de terugkeergarantie rechtsgeldig is, ondanks dat deze door de onderzoeksrechter en niet door de Procureur des Konings is afgegeven.
Verder werd het bezwaar verworpen dat de overlevering niet toegestaan zou zijn omdat delen van de strafbare feiten in Nederland zijn gepleegd. De rechtbank achtte het verzoek tot afzien van de weigeringsgrond op grond van goede rechtsbedeling redelijk. De overlevering werd daarom toegestaan voor het strafrechtelijk onderzoek in België naar twintig strafbare feiten.
De uitspraak is definitief en tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor strafrechtelijk onderzoek naar twintig strafbare feiten.