ECLI:NL:RBAMS:2008:BC2666
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot afdracht van door bank uitgevoerde betalingen ondanks derdenbeslag na faillissement
In deze civiele procedure staat centraal of de curator van het faillissement van Top Clean B.V. van de bank afdracht kan verlangen van bedragen die onder derdenbeslag vielen, terwijl de bank deze bedragen ondanks het beslag heeft besteed aan betalingsopdrachten van de failliet.
Het beslag was gelegd door een derde voor een bedrag van ruim 93.000 euro op verschillende rekeningen van Top Clean, waaronder een G-rekening. Na faillissement vervalt het beslag krachtens artikel 33 lid 2 Faillissementswet Pro, en komt het beslagene in het algemene faillissementsbeslag ten behoeve van gezamenlijke schuldeisers. De bank had echter het saldo niet gesepareerd en gebruikte het voor betalingen namens Top Clean.
De rechtbank volgt de curator in zijn stelling dat de bevoegdheid die de beslaglegger had om zich de door de bank gedane betalingen niet te laten tegenwerpen, is overgegaan op de curator. De bank heeft onrechtmatig het saldo aangewend en is daarom gehouden het onder het beslag vallende bedrag aan de curator af te dragen. Over de G-rekening en het pandrecht van de fiscus en bedrijfsvereniging bestaat nog onduidelijkheid, zodat de zaak wordt verwezen voor nadere uitlatingen.
De bank betwistte de vordering en stelde dat de betalingen rechtsgeldig waren en derdenwerking hadden, maar de rechtbank oordeelt dat de bank door niet te separeren een onrechtmatige verrekening heeft gecreëerd. De curator vordert daarnaast wettelijke rente en kosten. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en standpunten.
Uitkomst: De bank is gehouden tot afdracht aan de curator van het onder het beslag vallende saldo dat zij niet heeft gesepareerd en niet reeds heeft voldaan, met nadere uitlatingen over de G-rekening.