ECLI:NL:RBAMS:2008:BC7181
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eisers wegens wijziging processuele hoedanigheid tijdens procedure
Eisers, [A] en [B], traden in eerste aanleg op namens zichzelf en stelden niet bij dagvaarding dat zij ook namens de Vereniging van Eigenaars (VVE) optraden. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad, die bepaalt dat een eisende partij niet tijdens de procedure haar processuele hoedanigheid kan wijzigen door alsnog namens een andere partij op te treden.
Eisers voerden aan dat deze regel niet van toepassing zou zijn omdat het hier een procedure in eerste aanleg betreft en niet hoger beroep, en dat de gedaagde partij geen belang zou hebben bij het niet accepteren van de wijziging. De rechtbank verwierp deze argumenten en bevestigde dat de regel voor alle procedures geldt, ongeacht de fase.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat eisers onvoldoende hadden onderbouwd dat zij de vordering voor zichzelf konden instellen voor zover het hun eigen schade betrof. Daarom werd dit standpunt gepasseerd. De rechtbank veroordeelde eisers in de proceskosten en verklaarde hen niet-ontvankelijk voor zover de vordering betrekking had op de VVE.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard voor zover hun vordering de VVE betreft en veroordeeld in proceskosten.