ECLI:NL:RBAMS:2008:BD0888
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat brief geen herzieningsverzoek is en verklaart bezwaar niet-ontvankelijk
Verzoeker vroeg aan verweerder op grond van een gedane toezegging om een WAO-uitkering toe te kennen. Verweerder kwalificeerde dit als een verzoek tot herziening van een eerder besluit, maar de rechtbank oordeelde dat dit onterecht was. De brief van 5 november 2007 betrof geen herzieningsverzoek, maar een verzoek om een uitkering op basis van een toezegging.
Verweerder had eerder een aanvraag om WAO-uitkering afgewezen en het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Verzoeker maakte bezwaar tegen een besluit van verweerder van 8 november 2007 waarin werd geweigerd terug te komen op het besluit van 24 november 2004. De rechtbank stelde vast dat het besluit van 8 november 2007 geen besluit in de zin van de Awb was, zodat bezwaar niet mogelijk was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af.