ECLI:NL:RBAMS:2008:BD1973
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening handhaving gebruik kantoor in strijd met bestemmingsplan
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Hilversum wegens het gebruik van de eerste etage van een woning als kantoor, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Verzoeker beroept zich op het overgangsrecht van drie opeenvolgende bestemmingsplannen, stellende dat het kantoorgebruik reeds bestond op het moment dat het oudste bestemmingsplan rechtskracht verkreeg.
De rechtbank beoordeelt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het gebruik als kantoor op 10 december 1990, de datum van het oudste bestemmingsplan, reeds bestond. De overgelegde koop- en huurovereenkomsten tonen aan dat de eerste etage toen deels als tandartspraktijk werd gebruikt, die in januari 1990 werd beëindigd. Verzoeker heeft de aannemingsovereenkomst niet overgelegd en onvoldoende toegelicht om zijn stelling te ondersteunen.
Verweerder betwist het beroep op het overgangsrecht en wijst op een telefoongesprek uit 2002 waarin verzoeker zou hebben verklaard het kantoor pas in 1993 te zijn gestart. Ook foto’s en de feitelijke verhuur ondersteunen dit standpunt. De rechtbank concludeert dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat het overgangsrecht van toepassing is.
Er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel is onvoldoende onderbouwd en er is geen zicht op legalisatie. Verweerder heeft niet onredelijk lang afgezien van handhaving. De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en doet geen uitspraak op het beroep om de procespositie van verzoeker te beschermen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het overgangsrecht niet aannemelijk is gemaakt.