ECLI:NL:RBAMS:2008:BD2966
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijke basis voor stopbevel bij betoging
Op 9 september 2006 voerde verdachte tijdens het festival 'Dag van 1000 culturen' een betoging tegen het standbeeld van Anton de Kom in Amsterdam. Hij deelde flyers en pamfletten uit en droeg borden met leuzen. Politieambtenaren vorderden dat verdachte zou stoppen met zijn activiteiten om escalatie te voorkomen, maar verdachte gaf hier geen gehoor en werd aangehouden.
De rechtbank oordeelde dat het bevel niet was gebaseerd op een wettelijk voorschrift zoals vereist door artikel 184 Sr Pro. Artikel 2 Politiewet Pro 1993, waarop de politie zich beriep, is een algemene taakomschrijving en geen wettelijk voorschrift dat een vordering tot stoppen kan rechtvaardigen. De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad van januari 2008 ter onderbouwing.
Daarnaast werd de zaak getoetst aan artikel 10 EVRM Pro, dat de vrijheid van meningsuiting beschermt, ook wanneer uitingen schokkend of provocerend zijn. De rechtbank stelde dat het stopbevel niet noodzakelijk was in een democratische samenleving en dat bescherming van de uiting belangrijker was dan het voorkomen van wanordelijkheden in deze context.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en gelastte teruggave van de inbeslaggenomen flyers, pamfletten en borden, waarbij een bedrag van €500 werd vastgesteld als vergoeding voor de vernietigde goederen. Het verweer van de raadsman werd niet nader besproken omdat de rechtbank het standpunt van de officier van justitie volgde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een wettelijke basis voor het stopbevel en bescherming van de vrijheid van meningsuiting.