ECLI:NL:RBAMS:2008:BD4422
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag ondanks getroffen voorzieningen
Eiser was sinds 1977 in dienst bij gedaagde en maakte carrière tot manager met leidinggevende verantwoordelijkheden. In 2005 werd hij uit zijn functie ontheven en kreeg een andere, minder veeleisende functie aangeboden. In 2007 werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. Eiser stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde het vertrouwen in eiser had verloren vanwege manipulatie van dossiers, wat een toereikend belang bij opzegging opleverde. Daarnaast had gedaagde voldoende begeleiding en voorzieningen getroffen, waaronder studie- en sollicitatievrijstelling, vergoeding van studiekosten, inzet van mobiliteitsbureau en outplacementkosten, en een financiële aanvulling op de WW-uitkering.
Hoewel de situatie voor eiser moeilijk was, vond de rechtbank dat de gevolgen van het ontslag niet te ernstig waren in verhouding tot het belang van gedaagde. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die beperkt werden tot de helft van het gebruikelijke tarief vanwege de aard van het geschil en zijn positie.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.