ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6519
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. van de Water
- A. van der Perk
- A.M. Ruige
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname minderjarige veroordeelde voor graffiti gegrond verklaard
Een 16-jarige jongen is door de kinderrechter veroordeeld tot een werkstraf voor het spuiten van graffiti, waarbij meerdere gebouwen en een fotopaneel werden beschadigd. De officier van justitie gaf bevel tot afname van DNA-celmateriaal, wat door de veroordeelde werd aangevochten met een bezwaarschrift gericht op schending van artikel 8 EVRM Pro en disproportionaliteit.
De rechtbank oordeelt dat de DNA-afname een inbreuk vormt op het recht op privacy en lichamelijke integriteit zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Hoewel de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden een legitiem doel dient en voldoende kenbaar en voorzienbaar is, moet de maatregel proportioneel zijn. De rechtbank concludeert dat bij deze minderjarige, zonder strafblad en met een relatief gering recidivegevaar, de inbreuk disproportioneel is.
De rechtbank volgt de beperkte uitleg van de uitzonderingsbepalingen in artikel 2 van Pro de Wet, maar acht de bijzondere omstandigheden van het misdrijf en de persoon van de veroordeelde relevant. Gezien de aard van het misdrijf en de leeftijd van de veroordeelde is het bevel tot DNA-afname niet gerechtvaardigd. Het bezwaarschrift wordt daarom gegrond verklaard en vernietiging van het afgenomen celmateriaal bevolen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt gegrond verklaard en vernietiging van het celmateriaal bevolen.