ECLI:NL:RBAMS:2008:BD7420
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Schorsing rijbewijs wegens vermoedelijk drugsgebruik geschorst wegens onvoldoende bewijs
Verzoeker werd op 15 april 2008 geconfronteerd met een besluit van het CBR tot schorsing van zijn rijbewijs omdat hij een motorrijtuig bestuurde terwijl hij vermoedelijk onder invloed was van drugs. Verzoeker betwistte dit en stelde dat hij slechts enkele trekjes van een joint had genomen en niet onder invloed was. De politie had vastgesteld dat zijn adem naar wiet rook en dat zijn ogen bloeddoorlopen waren, maar er was geen bloedonderzoek beschikbaar.
De voorzieningenrechter overwoog dat de schorsing van een rijbewijs een ingrijpende maatregel is die aannemelijk moet maken dat de bestuurder niet langer geschikt is om te rijden. Omdat er geen duidelijke norm bestaat voor drugsgebruik zoals bij alcohol en het bewijs uitsluitend berustte op de waarnemingen van een niet-deskundige verbalisant en de verklaring van verzoeker, bestond er gerede twijfel over de invloed van drugs.
Gezien het voorlopige karakter van de maatregel en het belang van verzoeker bij het gebruik van zijn rijbewijs voor zijn werk, besloot de rechter het besluit tot schorsing van het rijbewijs te schorsen tot zes weken na de datum waarop het bezwaarbesluit bekend wordt gemaakt. Tevens werd het CBR veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot schorsing van het rijbewijs is geschorst wegens onvoldoende bewijs van drugsinvloed.