ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9172
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens ernstige procesverzuimen en schending verdedigingsrechten
De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte waarin ernstige procesverzuimen door het openbaar ministerie aan het licht kwamen. Cruciale onderzoeksrapporten, zoals het NFI-rapport over schiethanden, werden te laat aan de verdediging verstrekt, terwijl getuigen buiten aanwezigheid van de verdediging werden gehoord, in strijd met gemaakte afspraken.
De rechter-commissaris werd niet tijdig geïnformeerd over parallelle opsporingshandelingen, wat in strijd is met artikel 177a Sv. De verdediging werd hierdoor in haar belangen geschaad en het recht op een eerlijke behandeling volgens artikel 6 EVRM Pro werd geschonden. De officier van justitie gaf onvoldoende uitleg over deze tekortkomingen en de vertraging die hierdoor ontstond.
De rechtbank oordeelde dat de fouten niet hersteld konden worden door het opnieuw horen van getuigen, omdat dit de waarheidsvinding onvoldoende zou herstellen. Gezien de ernst van de inbreuken op de procesorde en de belangen van verdachte, verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Tevens werden de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige procesverzuimen en schending van het recht op een eerlijk proces.