ECLI:NL:RBAMS:2008:BD9560
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- B.M. Vroom-Cramer
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Duitsland ondanks verweren
De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 juli 2006 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof 17 strafbare feiten, waaronder oplichting, gepleegd volgens Duits recht. De opgeëiste persoon betwistte schuld en voerde meerdere verweren aan, waaronder strijd met het specialiteitsbeginsel, overschrijding van de redelijke termijn en toepasselijkheid van Nederlandse wetgeving.
De rechtbank oordeelde dat de feitomschrijving in het EAB voldoende concreet was en dat de opgeëiste persoon duidelijk wist waarvoor hij werd overgeleverd. Het specialiteitsbeding, gesteld door Belgische autoriteiten, werd door latere toestemming doorbroken. De vermeende overschrijding van de redelijke termijn werd niet aannemelijk geacht, mede omdat het strafrechtelijk onderzoek in Duitsland niet langdurig stil heeft gelegen.
Verder werd geoordeeld dat de feiten naar Nederlands recht strafbaar zijn als oplichting en dat de overlevering niet kan worden geweigerd op grond van het specialiteitsbeginsel of artikel 13 OLW Pro. De rechtbank wees ook het verweer af dat er sprake zou zijn van dubbele vervolging in Nederland. De overlevering werd daarom toegestaan en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe ondanks aangevoerde verweren.