ECLI:NL:RBAMS:2008:BE9628
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- J.M. Vrakking
- F.P.L.M. Vennix
- A.W.H. Vink
- Rechtspraak.nl
Nakoming franchiseonderhandelingen en vergoeding positief contractsbelang bij afbreken door ING
Meijers c.s. stelde dat met ING een franchiseovereenkomst was overeengekomen, hetgeen ING betwistte. De rechtbank stelde vast dat het in het midden kon blijven of de overeenkomst formeel tot stand was gekomen, omdat de onderhandelingen dermate ver gevorderd waren dat Meijers erop mocht vertrouwen dat een overeenkomst zou volgen. ING had het traject onaanvaardbaar voortijdig afgebroken zonder dat zich onvoorziene omstandigheden hadden voorgedaan die dit rechtvaardigden.
Meijers had aanzienlijke investeringen gedaan, waaronder het opstellen van een ondernemingsplan, het doorlopen van een assessment en het opzeggen van zijn baan. ING had zelfs een honorarium aangeboden tijdens de ‘on hold’ periode. De rechtbank oordeelde dat het positief contractsbelang van Meijers voor vergoeding in aanmerking komt en dat de berekening hiervan moet worden gebaseerd op de eerste vijf jaar van het ondernemingsplan, met aftrek van reeds betaalde bedragen en rekening houdend met de verdiencapaciteit van Meijers.
De rechtbank verwierp het verweer van ING dat het afbreken gerechtvaardigd was vanwege interne strategische keuzes en dat de franchiseovereenkomst eenvoudig opzegbaar zou zijn. De zaak werd verwezen naar een vervolgrol voor nadere onderbouwing van de hoogte van het positief contractsbelang en ING kreeg gelegenheid hierop te reageren.
Uitkomst: ING is onaanvaardbaar tekortgeschoten door de onderhandelingen af te breken en moet het positief contractsbelang van Meijers vergoeden.