ECLI:NL:RBAMS:2008:BF0422
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.P.M. Eberhard
- A.M.F. Huigen
- C. Petiet
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor geweldpleging bij Mirandabad
Op 12 juni 2006 vond in of bij het Mirandabad te Amsterdam een incident plaats waarbij een groep jongeren openlijk en in vereniging geweld pleegde. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachten aanwezig waren bij het incident en dat er daadwerkelijk geweld is gepleegd door leden van deze groep.
Echter kon de rechtbank op basis van de beschikbare getuigenverklaringen slechts één verklaring per ten laste gelegd feit toerekenen aan de individuele verdachten. Hierdoor was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte en zijn medeverdachten te veroordelen voor de ten laste gelegde feiten. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd. De rechtbank behandelde ook de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en concludeerde dat ondanks een overschrijding van de redelijke termijn met twee maanden, er geen niet-ontvankelijkheid volgt. De rechtbank baseerde zich op het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008.
De uitspraak werd bij verstek gedaan en de rechtbank wees de vorderingen van de benadeelde partijen af. De rechtbank benadrukte dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te verbinden aan de specifieke strafbare feiten, ondanks het vastgestelde geweld door de groep jongeren.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde geweldpleging.