ECLI:NL:RBAMS:2008:BF0424
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.P.M. Eberhard
- A.M.F. Huigen
- C.J. Petiet
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor geweldpleging in Mirandabad
Op 12 juni 2006 vond in of bij het Mirandabad te Amsterdam een incident plaats waarbij een groep jongeren openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd. Verdachte en zijn medeverdachten werden hiervoor vervolgd. De rechtbank oordeelde dat hoewel de groep aanwezig was en geweld pleegde, er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om concrete handelingen aan verdachte toe te schrijven.
De officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van de feiten wegens afsplitsing, en het beroep op overschrijding van de redelijke termijn werd verworpen ondanks dat verdachte ten tijde van het delict minderjarig was. De rechtbank overwoog dat de redelijke termijn niet was overschreden en dat eventuele overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid leidt, maar tot strafvermindering.
Verschillende getuigenverklaringen en aangiften bevestigden het geweld, waaronder duwen, trappen, klappen en bedreigingen, maar per feit was er slechts één getuigenverklaring. Verdachte ontkende betrokkenheid en verklaarde op het moment van het delict elders te zijn geweest, wat werd bevestigd door een getuige.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het onder 1 en 2 ten laste gelegde en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor geweldpleging.