ECLI:NL:RBAMS:2008:BF0936
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen vermogen niet beperkt door interingsnorm
Eiser ontving bijstand op grond van de WWB, maar verweerder stelde na onderzoek vast dat eiser meerdere bankrekeningen had verzwegen en daardoor een hoger vermogen bezat dan toegestaan. Verweerder trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de interingsnorm en de zesmaanden-jurisprudentie van toepassing zouden moeten zijn, waardoor de terugvordering beperkt zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 19 september 2006 geen besluit was en dat de besluiten op bezwaar onvoldoende gemotiveerd waren, onder meer door onduidelijkheid over de grondslag van de intrekking en het toepassen van de verkeerde wettelijke bepalingen voor de periode vóór 2004. Desondanks bleef de rechtbank bij het oordeel dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van bankrekeningen en vermogen, en dat verweerder bevoegd was tot intrekking en volledige terugvordering van de bijstand.
De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat de interingsnorm en de zesmaanden-jurisprudentie van toepassing waren, aangezien deze niet gelden bij het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Ook werd het beleid van verweerder om in dergelijke gevallen altijd terug te vorderen bevestigd. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser en bepaalde dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand blijven voor zover het recht op bijstand is ingetrokken en teruggevorderd over de gehele periode.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten wegens motiveringsgebrek maar bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand over de gehele periode wegens schending van de inlichtingenplicht.