ECLI:NL:RBAMS:2008:BF1060
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Salomon
- W.M. de Vries
- C.W. Inden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs in verkrachtings- en incestzaak
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en incest. De tenlastelegging werd gewijzigd en de officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk was voor een deel van de feiten vanwege het ontbreken van een klacht.
De rechtbank beoordeelde de aangiften van twee slachtoffers met grote terughoudendheid, gezien het ontbreken van direct bewijs naast de verklaringen. De relatie tussen verdachte en het tweede slachtoffer was bijzonder slecht, en het tweede slachtoffer trok haar aangifte later in en maakte gebruik van haar verschoningsrecht tijdens de zitting. Hierdoor kon de rechtbank de betrouwbaarheid van de aangiften niet bevestigen.
Gezien de mogelijkheid van onzuivere motieven, zoals wrok en het winnen van de moeder voor zich, en het ontbreken van aanvullend bewijs, sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De schadeclaim werd niet-ontvankelijk verklaard en de voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.