ECLI:NL:RBAMS:2008:BF9218
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens ontbreken arbeid in de zin van de Wav
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete van €4.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verweerder stelde dat een vreemdeling werkzaamheden verrichtte in de snackbar van eiser, namelijk het bakken van patat, zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. Eiser betoogde dat de vreemdeling de patat voor eigen gebruik bakte en slechts was gevraagd een leverancier te ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de kwalificatie van arbeid door verweerder was gebaseerd op twee pijlers: het bakken van patat en de verklaring van eiser dat de vreemdeling klanten moest helpen. Uit het boeterapport en de zitting bleek echter aannemelijk dat de vreemdeling alleen was en patat voor zichzelf bakte, en dat er geen klanten aanwezig waren. Bovendien was het verzoek aan de vreemdeling beperkt tot het ontvangen van een leverancier, wat niet als arbeid in de zin van de Wav werd aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van arbeid en dat hij daarom niet bevoegd was de boete op te leggen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van arbeid in de zin van de Wav.