ECLI:NL:RVS:2008:BD9987
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs arbeid vreemdeling
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €8.000,- op aan een werkgever wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de werkgever gegrond en vernietigde het boetebesluit omdat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat de vreemdeling arbeid verrichtte.
De minister stelde in hoger beroep dat het boeterapport en het proces-verbaal voldoende bewijs boden dat de vreemdeling loempia's bereidde in de niet voor het publiek toegankelijke keuken van de werkgever, hetgeen arbeid verrichten zonder vergunning inhoudt. De Raad van State oordeelde echter dat het enkele feit dat de vreemdeling in de keuken loempia's bereidde niet automatisch betekent dat zij arbeid verrichtte in de zin van de Wav.
De verklaringen van de vreemdeling en de vennoot van de werkgever dat zij samen de loempia's maakten, werden niet weerlegd door de minister. Ook ontbraken aanwijzingen dat de loempia's bestemd waren voor klanten. Gezien de punitieve aard van de sanctie zijn strenge eisen aan bewijs en motivering gesteld. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.