ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1766
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.H.I. Cleerdin
- W.C.J. Robert
- R.M. Troost
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van opzettelijke overtreding van de Opiumwet met DMT-producten
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 april 2008 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Opiumwet, met betrekking tot het bewerken, aanwezig hebben, verkopen en exporteren van DMT-bevattende producten.
Uit het bewijs is wettig en overtuigend gebleken dat verdachte, als eigenaar van een bedrijf via een holding, in de periode van augustus tot oktober 2006 te Amsterdam en buiten Nederland, DMT-bevattende producten heeft bewerkt, aanwezig gehad, verkocht aan diverse bedrijven en via internet, en geëxporteerd naar Groot-Brittannië. De rechtbank oordeelde dat het vermalen en mengen van acaciabladen met passiebloem kwalificeert als bewerken, waardoor de Opiumwet van toepassing is.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder het faillissement van zijn bedrijf en zijn huidige loondienst. Daarom werd een werkstraf van 240 uur opgelegd, met vervangende hechtenis bij niet-naleving, zonder geldboete of voorwaardelijke gevangenisstraf. Tevens werden inbeslaggenomen stickers en gebruiksaanwijzingen verbeurd verklaard.
De rechtbank verklaarde verdachte strafbaar en veroordeelde hem tot de opgelegde taakstraf, waarbij eerdere soortgelijke veroordelingen werden meegewogen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren wegens medeplegen van overtreding van de Opiumwet met DMT-producten.