ECLI:NL:GHAMS:2010:BM0118
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- J.L. Bruinsma
- P.J. Baauw
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bewerken, bezit en verkoop van Acacia Mixture met DMT
De verdachte werd beschuldigd van het bewerken, bezit en verkoop van Acacia Mixture, een natuurproduct vermengd met passiebloem, dat het werkzame bestanddeel N,N-Dimethyltryptamine (DMT) bevat, een stof die valt onder lijst I van de Opiumwet.
De verdediging stelde dat Acacia Mixture geen strafbaar natuurproduct is en dat de bewerking niet onder de Opiumwet valt, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof oordeelde dat door het vermalen en mengen met passiebloem een preparaat is vervaardigd dat onder de Opiumwet valt. De verdachte was zich bewust van de strafbaarheid gezien zijn ervaring binnen de smartshopbranche.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van augustus tot oktober 2006 Acacia Mixture met DMT bewerkte, bezat, verkocht aan diverse smartshops in Nederland en exporteerde naar Groot-Brittannië.
Gelet op de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en het voortzetten van de activiteiten, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van €2.500 op met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €2.500 met een proeftijd van twee jaar voor bewerken, bezit en verkoop van Acacia Mixture met DMT.