ECLI:NL:RBAMS:2008:BG4323
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslagverzoek wegens niet-verzekerd zijn ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet
Eiser verzocht kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 1999, maar verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet woonachtig was in Nederland en geen werkzaamheden in Nederland verrichtte, waardoor hij niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Eiser stelde dat hij recht had op kinderbijslag omdat hij voorschotten ontving in het kader van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), wat volgens hem verzekeringsrechtelijke gevolgen had voor de AKW. De rechtbank oordeelde echter dat het ontvangen van voorschotten niet betekent dat eiser recht had op een WAO-uitkering en dus niet verzekerd was voor de AKW.
Verder werd overwogen dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van de Koninklijke Besluiten die de kring van verzekerden uitbreiden, aangezien hij geen recht had op een WAO-uitkering. Ook het beroep op het Algemeen Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen Nederland en Marokko werd verworpen.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, mede omdat verweerder de procedures rond de WAO-uitkering had afgewacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet verzekerd was ingevolge de AKW.