ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6051
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering aan Duitsland ondanks eerdere weigering en termijnverweer
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteiten. De opgeëiste persoon werd verdacht van twee strafbare feiten volgens Duits recht, waarvoor een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar staat.
De verdediging voerde aan dat de relevante Duitse wetsbepalingen niet waren bijgevoegd bij het EAB en dat er sprake was van een flagrante schending van de redelijke termijn, aangezien de uitlevering in 1999 al was geweigerd. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de wetsartikelen niet altijd hoeven te worden overgelegd en dat de redelijke termijnkwestie primair in Duitsland moet worden aangevoerd.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering volgens de Overleveringswet was voldaan en dat noch wet noch verdrag de overlevering in de weg staan. De overlevering werd toegestaan, en tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe.