ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6938
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- W.F. Korthals Altes
- W.M. van den Bergh
- C. Kraak
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard wegens ne bis in idem bij sanctie Trafigura Beheer BV
Trafigura Beheer BV werd verdacht van overtreding van de Sanctiewet 1977 door zonder ontheffing circa 229.337 vaten olie te kopen van Irak zonder VN-toestemming en betaling van €665.541,24 aan de Iraakse overheid. Deze partij olie werd geladen op de tanker Essex en later verkocht aan raffinaderijen in de VS.
Tegelijkertijd werd Trafigura AG, een 100% dochter van Trafigura Beheer BV, in de Verenigde Staten strafrechtelijk vervolgd voor het verstrekken van valse verklaringen bij de invoer van dezelfde olie. Deze zaak werd beëindigd met een plea agreement in 2006, waarbij Trafigura AG schuld erkende en boetes betaalde.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van beide vennootschappen, hoewel op verschillende tijdstippen en onder verschillende wetgevingen, zodanig met elkaar samenhangen dat zij als hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr Pro moeten worden beschouwd. Bovendien is er sprake van een zodanige vereenzelviging tussen de twee rechtspersonen dat de afdoening in de VS mede geldt voor Trafigura Beheer BV.
Daarom werd het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond verklaard en mocht Trafigura Beheer BV niet opnieuw worden vervolgd voor hetzelfde feit.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van Trafigura Beheer BV werd gegrond verklaard en de dagvaarding verworpen wegens ne bis in idem.