ECLI:NL:RBAMS:2008:BG9475
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot benoeming van rabbinale arbiters niet-ontvankelijk verklaard
XXX diende een verzoek in tot benoeming van drie arbiters op grond van artikel 1027 Rv Pro, met betrekking tot een geschil over de eigendom van een pand dat eerder onvrijwillig was verkocht aan ZZZ. XXX baseerde zijn verzoek op het beding in de godsdienstcodex van de Nederlandse Israelitische Hoofdsynagoge (NIHS), dat leden verplicht arbitrage te aanvaarden voor onderlinge geschillen.
ZZZ betwistte dat hij gehouden was tot overdracht van het pand aan XXX en voerde aan dat er geen bindende arbitrageovereenkomst bestond. De voorzieningenrechter oordeelde dat het reglement van de NIHS geen verplichting tot arbitrage bevat en dat een dergelijke verplichting niet stilzwijgend kan worden aangenomen. Bovendien zou een verplichting tot rabbinale arbitrage in strijd zijn met artikel 6 EVRM Pro, dat de vrije keuze voor een bij de wet ingesteld gerecht garandeert.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek van XXX niet-ontvankelijk en wees een kostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door vicepresident mr. A.J. Beukenhorst op 23 december 2008.
Uitkomst: Verzoek tot benoeming van arbiters werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bindende arbitrageovereenkomst en strijd met artikel 6 EVRM.