ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3558
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J.J. Los
- G.C. Makkink
- H.M. de Mol van Otterloo
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid verzoek benoeming arbiters wegens ontbreken arbitrageovereenkomst
Appellant [X] verzocht de voorzieningenrechter om drie arbiters te benoemen voor een geschil over de teruglevering van een woning die eerder onvrijwillig was verkocht. [X] baseerde zijn verzoek op een arbitrageovereenkomst die volgens hem voortvloeide uit het lidmaatschap van partijen van hetzelfde kerkgenootschap, de Joodse Gemeente Amsterdam (NIHS), en de daarin geldende godsdienstcodex die arbitrage voorschrijft.
De voorzieningenrechter verklaarde [X] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot benoeming van arbiters. In hoger beroep betoogde [X] dat deze beslissing onjuist was en dat het hof de geldigheid van de arbitrageovereenkomst ten onrechte had getoetst. Het hof oordeelde echter dat arbitrage slechts kan berusten op een duidelijke overeenkomst tussen partijen, en dat het lidmaatschap van hetzelfde kerkgenootschap onvoldoende is om een dergelijke overeenkomst aan te nemen.
Het hof stelde vast dat het reglement van de NIHS geen arbitragebeding bevat en dat de godsdienstcodex niet deel uitmaakt van het reglement of daarin wordt genoemd. Hierdoor ontbrak een geldige arbitrageovereenkomst. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de bestreden beschikking van de voorzieningenrechter bekrachtigd. [X] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot benoeming van arbiters wegens het ontbreken van een arbitrageovereenkomst en veroordeelt appellant in de kosten.