ECLI:NL:RBAMS:2008:BH0251
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging en schorsing gevangenhouding bij tweede Europees arrestatiebevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 juli 2008 een verzoek van de officier van justitie tot verlenging van de gevangenhouding van een opgeëiste persoon op grond van een Europees arrestatiebevel (EAB) van Duitsland. De overlevering van de persoon was reeds toegestaan op 25 juni 2008. Inmiddels was door Duitsland een tweede EAB uitgevaardigd, waardoor de feitelijke overlevering niet binnen de termijn van 10 dagen kon plaatsvinden.
De officier van justitie baseerde het verlengingsverzoek op artikel 34, tweede lid, aanhef en onder b, van de Overleveringswet (OLW). De rechtbank oordeelde echter dat deze situatie niet onder de werking van dit wetsartikel valt. Volgens de rechtbank biedt artikel 36 OLW Pro de mogelijkheid tot uitstel van feitelijke overlevering indien in Nederland een strafrechtelijke vervolging loopt, maar niet in de situatie van meerdere EAB's.
De raadsman van de opgeëiste persoon verzocht tevens om schorsing van de gevangenhouding, verwijzend naar het feit dat de opgeëiste persoon zich tijdens de eerdere schorsing steeds aan de voorwaarden had gehouden en geen vluchtgevaar bestond. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij geen inzicht had in de inhoud van het tweede EAB en de mogelijke gevolgen daarvan.
De rechtbank besloot daarom het verzoek tot verlenging en het verzoek tot schorsing van de gevangenhouding af te wijzen. De opgeëiste persoon kan bij aanhouding op grond van het tweede EAB opnieuw een schorsingsverzoek indienen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging en schorsing van de gevangenhouding van de opgeëiste persoon wordt afgewezen.