ECLI:NL:RBAMS:2008:BH2346
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopig deskundigenonderzoek naar medische behandeling en bijwerkingen pergolide
De zaak betreft een verzoek tot het benoemen van voorlopige deskundigen in een civiele procedure over medische aansprakelijkheid. Verzoeker, nabestaande van een patiënt die overleed aan hartproblemen mogelijk veroorzaakt door het medicijn pergolide, wil onderzoeken of er sprake is van verwijtbaar onzorgvuldig handelen door artsen in drie ziekenhuizen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is voor twee ziekenhuizen, maar niet voor het derde ziekenhuis, omdat onvoldoende duidelijk is dat de betrokken arts daar na een bepaald moment nog bij de behandeling betrokken was. De rechtbank benoemt een neuroloog en een cardioloog als deskundigen, die elk vragen over hun specialisme moeten beantwoorden, maar wel in onderling overleg een gezamenlijk rapport moeten opstellen.
De rechtbank wijst de door de ziekenhuizen voorgestelde vraagstelling toe en verwerpt het verzoek van de nabestaande om de eigen uitgebreide vraagstelling over te nemen, omdat toetsing aan de juridische norm aan de rechter is voorbehouden en de deskundigen zich moeten richten op de professionele standaard. Verder wordt bepaald dat partijen verplicht zijn mee te werken aan het onderzoek en voorschotten voor de kosten moeten worden betaald. Een comparitie wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een voorlopig deskundigenonderzoek door een neuroloog en een cardioloog met gespecificeerde vraagstellingen en wijst het verzoek voor één ziekenhuis af.