ECLI:NL:RBAMS:2008:BH2418
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering schadevergoeding na tweede achteropaanrijding met discussie over mengschade en verlies verdiencapaciteit
Eiser is driemaal slachtoffer geworden van achterop-aanrijdingen tussen 1991 en 1993, waarbij verschillende klachten zijn ontstaan. De eerste verzekeraar betaalde een forse lumpsum voor het eerste ongeval. Delta Lloyd was aansprakelijk voor het tweede ongeval. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van mengschade en de omvang van het verlies aan verdienvermogen door het tweede ongeval.
Diverse deskundigen brachten rapporten uit over de functionele beperkingen en schadeberekening. Er was discussie over de mate van arbeidsongeschiktheid, de juiste methode voor schadeberekening en de vraag of de nekklachten van het eerste ongeval ten tijde van het tweede ongeval waren verdwenen. De rechtbank concludeerde dat de beperkingen deels overlappen en dat mengschade aanwezig is, maar dat materiële schade na het tweede ongeval reeds was vergoed door de eerste verzekeraar.
De rechtbank wees de vordering toe voor immateriële schade (€3.500), buitengerechtelijke kosten (€3.580,55) en kosten ter vaststelling van schade (€1.837,71), vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding. Daarnaast werd Delta Lloyd veroordeeld in de proceskosten van €8.149,77. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Delta Lloyd wordt veroordeeld tot betaling van €8.918,27 plus rente en proceskosten, terwijl materiële schade reeds door eerste verzekeraar is vergoed.