ECLI:NL:RBAMS:2008:BH3534
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.P. Pompe
- J.M. van Hall
- C.S. Naarden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet tijdig protesteren tegen tekortschieten beleggingsadvies ABN Amro
Eiser [A] sloot medio 1997 een effectenrekening en beleggingsadviesovereenkomst met ABN Amro. Hij belegde voornamelijk in aandelen en opties, waarbij aanzienlijke verliezen ontstonden tussen 1998 en 2004. [A] stelt dat ABN Amro tekort is geschoten in haar zorgplicht door onder meer het niet waarschuwen voor risico's en het adviseren van een verkeerd beleggingsbeleid, wat heeft geleid tot schade van ruim €905.000.
ABN Amro voert verweer op basis van artikel 6:89 BW Pro, dat bepaalt dat een schuldeiser niet meer kan klagen over een gebrek in de prestatie indien hij niet binnen bekwame tijd protesteert na ontdekking. De rechtbank oordeelt dat [A] het gebrek uiterlijk eind 2002 had moeten ontdekken en binnen bekwame tijd had moeten klagen, maar pas in 2006 en 2007 klachten indiende.
Gezien het feit dat [A] een ervaren belegger was en intensief overleg had met zijn adviseur, acht de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die het late protest rechtvaardigen. Hierdoor is de vordering verjaard en worden de claims afgewezen. [A] wordt veroordeeld in de proceskosten van ABN Amro.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens het niet tijdig protesteren tegen het tekortschieten van ABN Amro.