ECLI:NL:RBAMS:2008:BI4159
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadeloosstelling op grond van gelijkheidsbeginsel bij beëindiging huur onbebouwd bedrijfsterrein
De huurder had sinds 1990 onbebouwde grond gehuurd van de Gemeente Amsterdam, met een expliciete bepaling dat bij beëindiging van de huur geen aanspraak op vergoeding bestond. De gemeente beëindigde de huurovereenkomst in verband met planontwikkeling en bood een beperkte vergoeding aan. Andere bedrijven, verenigd in een stichting en met een andere huurrechtspositie, ontvingen hogere schadeloosstellingen op basis van een bindend adviesrapport.
De huurder vorderde een vergoeding gelijk aan die van deze andere bedrijven, stellende dat het gelijkheidsbeginsel een gelijke behandeling vereist. De gemeente voerde aan dat de positie van de huurder fundamenteel verschilde, onder meer doordat hij wist dat de huur tijdelijk was en geen vergoeding kon claimen.
De rechtbank oordeelde dat er objectieve en redelijke gronden zijn voor het verschil in behandeling, dat het gelijkheidsbeginsel daardoor niet is geschonden. De vordering werd afgewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadeloosstelling op grond van het gelijkheidsbeginsel is afgewezen.