ECLI:NL:RBAMS:2009:BH0141
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging effectenleaseovereenkomst wegens tijdige vernietiging door echtgenote en veroordeling Dexia tot terugbetaling
De zaak betreft een effectenleaseovereenkomst gesloten tussen eiser en de rechtsvoorgangster van Dexia, Bank Labouchere N.V., waarbij eiser en zijn echtgenote destijds gehuwd waren. De echtgenote had de overeenkomst niet medeondertekend maar heeft later namens hen via een gemachtigde de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen. Dexia betwistte de geldigheid van deze vernietiging en stelde dat de vordering verjaard was.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van de gevolmachtigde rechtsgeldig is, omdat Dexia niet heeft bewezen dat zij deze heeft afgewezen. Verder is vastgesteld dat de echtgenote pas in 2002 bekend werd met de leaseovereenkomst, zodat de vernietiging binnen de wettelijke termijn is ingeroepen. Hierdoor is de overeenkomst vernietigd en dienen alle betalingen door eiser aan Dexia te worden gerestitueerd, verminderd met ontvangen dividenden.
De rechtbank veroordeelt Dexia tot betaling van €19.741,77 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 december 2004, en tot het verwijderen van de BKR-registratie binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, onder dwangsom. De reconventionele vordering van Dexia wordt afgewezen. De kosten van het geding worden toegerekend aan Dexia.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomst is vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling van €19.741,77 met rente en verwijdering van de BKR-registratie.