ECLI:NL:RBAMS:2009:BH2808
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- E.M.L.J. Dosker
- G. Voorhorst
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig huisbezoek en bewijsuitsluiting bij bijstandsfraudeonderzoek
Verdachte werd verdacht van het opzettelijk niet verstrekken van juiste gegevens aan de Gemeentelijke Sociale Dienst Amsterdam, waardoor hij mogelijk ten onrechte bijstand ontving. Het onderzoek startte met een bestuurlijke handhavingscontrole, waaronder een huisbezoek op 24 februari 2006.
De rechtbank oordeelde dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat verdachte niet volledig en juist was geïnformeerd over het doel en de gevolgen van het huisbezoek (geen informed consent). Er waren op dat moment geen objectieve feiten die twijfel rechtvaardigden over de juistheid van de door verdachte verstrekte gegevens.
Omdat het strafrechtelijk onderzoek voortbouwde op het bestuursrechtelijke onderzoek dat was gebaseerd op het onrechtmatige huisbezoek, werd het bewijs als 'fruits of the poisonous tree' beschouwd en uitgesloten op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank vond geen reden voor niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, maar sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De zaak benadrukt het belang van het recht op huisrecht en privacybescherming in bestuurs- en strafrechtelijke onderzoeken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig huisbezoek en bewijsuitsluiting.