ECLI:NL:RBAMS:2009:BH8927
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onvoldoende waarschuwing en schending zorgvuldigheidsbeginsel
Eiseres, een BV uit Amsterdam, kreeg vier afzonderlijke boetes opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door Poolse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning in haar panden. De werkzaamheden bestonden uit sloopwerkzaamheden op verschillende data in 2005. Eiseres voerde aan dat de vreemdelingen zelfstandigen waren en dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt. Tevens stelde zij dat de boetes onzorgvuldig waren opgelegd, onder meer omdat zij pas na alle controles werd geïnformeerd en onvoldoende gelegenheid had om de overtredingen te beëindigen.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdelingen geen zelfstandigen waren maar onder gezagsverhouding werkten, en dat eiseres als werkgever in de zin van de Wav kon worden aangemerkt. De minister had echter nagelaten eiseres tijdig te waarschuwen na de eerste constatering van overtredingen, waardoor het zorgvuldigheidsbeginsel werd geschonden. Dit leidde tot vernietiging van drie boetebesluiten. Ten aanzien van de boete van 8 september 2005 werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de boete met 10% werd gematigd.
De rechtbank wees het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel en het bestaan van een voortgezet delict af. De boetes waren conform beleidsregels vastgesteld en er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigden. De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres. De uitspraak trad in de plaats van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt drie boetes wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel en matigt de vierde boete wegens overschrijding redelijke termijn tot € 21.600,-.