ECLI:NL:RBAMS:2009:BI0783
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Salomon
- J.H.M. van de Ven
- L. Biller
- Rechtspraak.nl
Toetsing verblijfsvergunning en overleveringsverzoek in zaak illegale handel verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Nigeriaanse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse autoriteiten wegens illegale handel in verdovende middelen. De verdachte verblijft sinds 1998 in Nederland en is sinds 2005 in het bezit van een verblijfsvergunning als echtgenoot van een EU-burger.
De rechtbank onderzocht of de verdachte gelijkgesteld kan worden met een houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, zoals vereist in artikel 6, lid 5 van de Overleveringswet (OLW), en of hij zijn verblijfsrecht in Nederland behoudt na overlevering. De IND had getoetst dat bij een veroordeling het verblijfsrecht zal worden beëindigd, maar onvoldoende was beoordeeld of bijzondere persoonlijke omstandigheden of artikel 8 EVRM Pro dit verhinderen.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte deels in Nederland vervolgd kan worden en dat de weigeringsgrond wegens plaats delict niet opgaat. De rechtbank achtte de informatie over de verblijfsstatus tussen 2003 en 2005 onvoldoende en gaf de officier van justitie gelegenheid om nadere informatie te verkrijgen en haar standpunt te verduidelijken. Het onderzoek werd geschorst en zal worden hervat na ontvangst van aanvullende gegevens.
Uitkomst: Onderzoek geschorst voor nadere informatie over verblijfsstatus verdachte voorafgaand aan verblijfsvergunning.